Steeds vaker hoor en lees ik dat hormoontherapie (HRT/MHT) wordt gepositioneerd als een longevity-interventie. En eerlijk gezegd begrijp ik heel goed waar die gedachte vandaan komt. We weten inmiddels dat oestrogeen veel meer doet dan alleen de menstruatiecyclus reguleren. Het speelt een rol in de botstofwisseling, spierfunctie, vetverdeling, glucoseregulatie, vaatfunctie, hersenen en nog veel meer. Het verlies van ovariële hormonen tijdens de menopauze is dan ook een belangrijke biologische gebeurtenis met gevolgen voor vrijwel ieder orgaansysteem.
Toch denk ik dat de discussie soms te veel draait om wat hormoontherapie kan doen, terwijl we een fundamentelere vraag zouden moeten stellen.
Waardoor worden vrouwen eigenlijk gezond oud?
Vanuit de inspanningsfysiologie en de endocrinologie kijk ik daarbij steeds vaker naar een begrip dat naar mijn idee nog te weinig aandacht krijgt: fysiologische reserve. Fysiologische reserve is de capaciteit van het lichaam om zich aan te passen aan belasting. Denk aan reserve in spiermassa, botmassa, cardiovasculaire functie, metabole flexibiliteit en herstelvermogen. De menopauze markeert niet zozeer het begin van veroudering, hoewel de snelheid van sommige verouderingsprocessen toeneemt, maar wel het verlies van een belangrijke endocriene beschermingslaag. Daardoor worden fysiologische systemen gevoeliger voor belasting. Dezelfde lichamelijke inactiviteit, dezelfde gewichtstoename of dezelfde slaapverstoring heeft na de menopauze vaak meer impact dan daarvoor. Dat maakt hormonen buitengewoon belangrijk. Maar het betekent niet dat hormonen het hele verhaal zijn. Fysiologische reserve wordt namelijk óók gevormd door factoren die we gedurende het leven blijven beïnvloeden: spiermassa, fysieke activiteit, voeding, slaap, metabole gezondheid en herstelcapaciteit.
Een belangrijk deel van die reserve bouwen we bovendien al op vóór de menopauze. De fysiologische uitgangspositie waarmee een vrouw haar vijftigste bereikt, ontstaat niet op haar vijftigste, maar is het resultaat van decennia aan adaptatie, belasting en herstel. Vanaf de menopauze verschuift de uitdaging steeds meer van het opbouwen van reserve naar het behouden ervan en het vertragen van het verlies. Misschien moeten we gezond ouder worden daarom niet langer uitsluitend bekijken vanuit afzonderlijke interventies, maar vanuit de vraag hoe we de fysiologische reserve van vrouwen gedurende hun hele leven kunnen opbouwen, beschermen en behouden.
Want die vraag is fundamenteel anders voor een vrouw van 25 jaar dan voor een vrouw van 55 jaar. En misschien is dát wel de belangrijkere vraag en niet zozeer of HRT een longevity-medicijn is.