Ik ben niet kritisch op hormoonsuppletie. Ik ben kritisch op onzorgvuldig wetenschappelijk redeneren.
De afgelopen tijd merk ik dat sommige mensen denken dat ik tegen hormoonsuppletie ben. Dat verbaast mij.
Ik gebruik zelf hormoonsuppletie. Ik bespreek de mogelijkheden regelmatig met vrouwen en moedig hen aan om samen met hun arts te onderzoeken of hormoonsuppletie een passende behandeloptie kan zijn.
Mijn standpunt is dus geen enkel opzicht tégen hormoonsuppletie. Mijn standpunt is vóór goede zorg. En goede zorg begint met zorgvuldig fysiologisch wetenschappelijk en klinisch redeneren.
Dat vraagt om onderscheid tussen verschillende niveaus van wetenschappelijke kennis. Een biologisch plausibel mechanisme is iets anders dan klinisch bewijs. Een correlatie is iets anders dan een causaal verband. Een relatief risico is iets anders dan een absoluut risico. En een risico dat voor de ene vrouw verwaarloosbaar is, kan voor een andere vrouw, afhankelijk van haar leeftijd, medische voorgeschiedenis en risicoprofiel, juist een belangrijke rol spelen.
Nuance wordt soms verward met twijfel of kritisch zijn. Dat is het niet. Wanneer ik vraag: “Over welke uitkomst hebben we het precies? Hoe sterk is het bewijs? En voor welke vrouw geldt dit?” is dat geen pleidooi tégen hormoonsuppletie. Het is een pleidooi vóór evidence-based werken.
Voor mij betekent evidence-based werken dat we fysiologie begrijpen, de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek kunnen beoordelen en de beschikbare kennis zorgvuldig vertalen naar de individuele vrouw die tegenover ons zit.
Vrouwen verdienen het dat hun klachten serieus worden genomen. Veel vrouwen hebben jarenlang ervaren dat hun klachten werden gebagatelliseerd of onvoldoende werden herkend. De aandacht voor hormonale vrouwengezondheid is daarom een belangrijke ontwikkeling die ik volledig ondersteun.
Juist daarom vind ik het belangrijk dat we de wetenschap zorgvuldig interpreteren en communiceren. Waar het bewijs sterk is, mogen we daar duidelijk over zijn. Waar een biologisch mechanisme aannemelijk is, maar klinische uitkomsten nog onvoldoende zijn aangetoond, mogen we dat ook benoemen. Waar onzekerheid bestaat, hoort die onderdeel te zijn van een eerlijk gesprek.
Dat maakt hormoonsuppletie niet minder waardevol. Het maakt onze voorlichting eerlijker, onze besluitvorming beter en onze zorg persoonlijker.
Een vrouw is geen kleine man. De vrouwelijke fysiologie kent eigen levensfasen, een eigen endocriene regulatie en vraagt om eigen wetenschappelijk onderzoek.
Mijn missie is daarom niet om vóór of tégen een behandeling te zijn. Mijn missie is professionals leren fysiologisch te redeneren, wetenschappelijk bewijs zorgvuldig te interpreteren en vrouwen te begeleiden met kennis, nuance en respect.
Want vrouwen verdienen méér dan een mening. Ze verdienen de best mogelijke zorg, gebaseerd op fysiologie, wetenschappelijk bewijs én hun persoonlijke context.