Wanneer hoort een klacht bij een levensfase — en wanneer wordt die levensfase een verklaring waarmee we te snel tevreden zijn? Dit is het verhaal van een vrouw bij wie elke bloeduitslag binnen de referentiewaarden lag en die toch niet beter werd. Het gemiste puzzelstuk lag niet bij haar hormonen.
Miranda* was 51 toen ze bij mij in de praktijk kwam.
Terwijl Miranda vertelde over haar leven en terugkeek op de jaren voordat haar klachten begonnen, zag en hoorde ik vooral een vrouw die veel kon dragen en alles kon. Ze werkte, zorgde, regelde, dacht vooruit en hield overzicht. Thuis, op haar werk, in haar gezin. Ze was gewend om door te gaan en hield tien ballen tegelijk in de lucht. Heel lang ging dat ook goed. Tot haar lichaam begon te protesteren. En nu zat ze voor mij, huilend, wanhopig. En begon ze haar verhaal. Ze vertelde dat haar lichaam niet meewerkte. Ze voelde zich traag en zwaar. Haar hoofd vol met watten.
Eerst subtiel. Ze werd steeds sneller moe. Haar hoofd voelde minder scherp. Ze moest vaker zoeken naar woorden. Dingen die ze vroeger moeiteloos onthield, moest ze opschrijven. Ze sliep slechter en merkte dat ze minder goed herstelde van drukke dagen.
Rond dezelfde periode veranderde ook haar cyclus. Haar menstruaties werden onregelmatiger, ze kreeg opvliegers en herkende zichzelf soms niet meer in haar stemming en energie. De perimenopauze lag als verklaring voor de hand. Daarnaast had ze een drukke baan, een gezin, mantelzorgtaken en een agenda waar de meeste mensen spontaan moe van zouden worden.
Overgang, stress, levensfase. Allemaal waar. En toch klopte het verhaal niet helemaal. Wat Miranda namelijk bleef benoemen, was niet alleen vermoeidheid. Ze had steeds vaker last van tintelingen in haar voeten.
"Misschien hoort het gewoon bij deze fase", zei ze.
Dat was precies de vraag. En daar zit het risico: een levensfase die zoveel kan verklaren, gaat op een gegeven moment alles verklaren.
De perimenopauze was een logische verklaring. Ook ik dacht als gezondheidswetenschapper en coach in eerste instantie die kant op. De hormonale veranderingen kunnen immers veel doen met slaap, stemming, concentratie en belastbaarheid. In combinatie met haar drukke leven leek dat een plausibele verklaring.
Maar er waren ook klachten die ik veel minder goed kon plaatsen. Die tintelingen bijvoorbeeld: een doof, prikkelend gevoel dat niet wegtrok. Wat zij zelf "mentale traagheid" noemde, voelde niet meer als een slechte nacht, maar alsof haar hoofd simpelweg niet meer meewerkte zoals vroeger. Op mijn aanraden ging ze opnieuw naar de huisarts. Er werd bloedonderzoek gedaan.
IJzer: binnen de referentiewaarden
Vitamine B12: binnen de referentiewaarden
Ontstekingswaarden: normaal
Glucose (nuchter): normaal
Triglyceriden en cholesterol: geen duidelijke verklaring
Op papier waren er geen duidelijke afwijkingen te vinden. Op basis van deze uitslagen was er volgens de huisarts niets aan de hand wat haar klachten kon verklaren, behalve de perimenopauze. Miranda kreeg terug wat veel vrouwen herkennen: het zal de overgang zijn. Stress. Drukte. Misschien toch wat rustiger aan doen.
In overleg met haar arts startte Miranda met HRT, hormoontherapie. Dat paste bij haar overgangsklachten en was een logische stap. We hoopten allemaal dat dit haar voldoende verlichting zou kunnen geven. Alleen gebeurde er iets bijzonders: niet al haar klachten werden minder. De opvliegers, nachtelijk zweten en hormonale onrust waren blijkbaar één deel van het verhaal. Maar de uitputting, de hersenmist (brain fog) en vooral de tintelingen bleven. Dat zijn klachten die aandacht verdienen, en ze laten zich niet zomaar verklaren uit schommelende hormonen. Want als een behandeling voor overgangsklachten niet het effect heeft dat je verwacht, dan is het tijd om opnieuw naar het totaalplaatje te kijken.
De overgang is geen prullenbakdiagnose. Vrouw-sensitieve zorg betekent dat hormonale klachten serieus worden genomen én dat andere verklaringen niet uit beeld verdwijnen. Bij Miranda kwam tijdens een gesprek een detail naar voren dat eerder nauwelijks gewicht had gekregen: ze at al meer dan dertig jaar vegetarisch.
Dat is geen probleem op zichzelf. Een vegetarisch voedingspatroon kan heel gezond zijn, zelfs gezonder dan veel andere voedingspatronen. Maar bij vitamine B12 is het wel relevante informatie. B12 komt van nature vooral voor in dierlijke producten. Mensen die weinig of geen dierlijke producten eten, hebben meer kans op een tekort wanneer ze onvoldoende B12 uit verrijkte producten of supplementen binnenkrijgen.
Dertig jaar een vegetarisch voedingspatroon, tintelingen, hersenmist, vermoeidheid en een B12-waarde die wel "normaal" is maar niet royaal: dat is geen diagnose. Het is voor mij als wetenschapper een spoor. En dat spoor was volgens mij nog niet goed bekeken.
Vitamine B12 wordt vaak neergezet als een soort energievitamine. Daarmee wordt de rol van deze vitamine eigenlijk onderschat. B12 is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen en speelt een belangrijke rol in het zenuwstelsel. Bij een tekort kunnen klachten ontstaan zoals vermoeidheid, tintelingen, een doof gevoel in handen of voeten, concentratieproblemen, geheugenklachten en soms stemmingsklachten. Neurologische klachten kunnen zelfs optreden zonder bloedarmoede. De Britse richtlijn van NICE (NG239, 2024) benadrukt daarom dat een B12-tekort niet mag worden uitgesloten alleen omdat er geen bloedarmoede of vergrote rode bloedcellen zijn. Dat laatste is belangrijk. Veel mensen denken: mijn Hb is normaal, dus mijn bloed is goed, dus B12 zal het niet zijn. Zo simpel werkt het niet altijd. Een goede Hb-waarde is geruststellend, maar sluit een functioneel probleem met B12 niet volledig uit. Zeker niet wanneer iemand neurologische klachten heeft, zoals een doof of prikkelend gevoel in handen of voeten. Precies dat patroon zag ik bij Miranda: tintelingen en een hoofd dat niet meer meewerkte, terwijl haar bloedbeeld geen enkele afwijking liet zien.
Bij vermoeidheid is bloedarmoede vaak de eerste gedachte. Maar voor gezonde rode bloedcellen zijn meerdere bouwstoffen nodig. IJzer is nodig om hemoglobine te maken: het eiwit dat zuurstof bindt. Ferritine zegt iets over je ijzervoorraad. Vitamine B12 en foliumzuur (vitamine B9, in Nederland ook wel B11 genoemd) zijn nodig voor de celdeling en rijping van rode bloedcellen.
Bij ijzertekort zijn rode bloedcellen meestal kleiner. Bij B12- of foliumzuurtekort kunnen ze juist groter worden. Die grootte wordt weergegeven met de MCV-waarde. De NHG-Standaard Anemie beschrijft ferritine als een belangrijke bepaling bij ijzergebreksanemie en noemt ijzer, vitamine B12 en foliumzuur als belangrijke bouwstoffen in de beoordeling van bloedarmoede.
In de praktijk lopen die patronen niet altijd keurig uit elkaar. Een vrouw kan een lage ijzervoorraad hebben zonder duidelijke bloedarmoede. Ze kan een laag-normale B12 hebben met neurologische klachten. Ze kan een foliumzuurtekort hebben. Ze kan daarnaast slecht slapen door de overgang. Dan is één vinkje "normaal" te mager.
De standaard B12-test meet meestal de totale hoeveelheid vitamine B12 in het bloed. Dat is nuttige informatie, maar het zegt niet altijd precies wat er in de cel gebeurt. Bij twijfel kan aanvullend onderzoek helpen.
MMA staat voor methylmalonzuur. B12 is nodig om methylmalonzuur goed te verwerken. Als er op celniveau te weinig B12 beschikbaar is, kan MMA stijgen. Daarom kan MMA helpen om een functioneel B12-tekort op te sporen. Ook MMA is geen gouden standaard. Een verhoogd MMA ondersteunt de verdenking op een functioneel B12-tekort, maar is niet volledig specifiek: ook een verminderde nierfunctie kan de MMA-waarde verhogen. De uitslag moet daarom samen met de nierfunctie worden bekeken, en een normale MMA sluit klachten niet uit. Het is dus een extra stuk informatie, geen eindoordeel — en suppletie zonder aanwijzing voor een tekort lost niets op.
Homocysteïne is een andere stof in het bloed. Voor de verwerking daarvan zijn onder andere B12 en foliumzuur nodig. Een verhoogde homocysteïne kan passen bij een B12-tekort of foliumzuurtekort, maar is minder specifiek. Ook andere factoren kunnen invloed hebben.
De NHG-Standaard Anemie adviseert bij een B12-waarde in het grijze gebied en een blijvend vermoeden van B12-deficiëntie als oorzaak van de anemie om methylmalonzuur of homocysteïne te bepalen, met voorkeur voor MMA. Het NHG-Standpunt Diagnostiek van vitamine-B12-deficiëntie (2014) trekt die lijn breder: ook bij klachten die passen bij een tekort en een laag-normale spiegel kan een MMA-bepaling of een proefbehandeling worden overwogen. NICE volgt in NG239 een vergelijkbare lijn: bij klachten en een onduidelijke B12-uitslag kan MMA aanvullende informatie geven.
Bij Miranda bleek de B12-status uiteindelijk minder geruststellend dan het woord "normaal" deed vermoeden. Het methylmalonzuur werd bepaald, en die uitslag gaf wel richting: er is gestart met B12-suppletie. Daarna ging het niet ineens magisch goed. Zo werkt herstel helaas zelden. Maar ze merkte wel verschil. Haar tintelingen namen af. Haar hoofd werd helderder. Haar belastbaarheid kwam langzaam terug.
De perimenopauze bleef relevant. Slaap en stress bleven een thema, zeker in relatie met fluctuerende hormonen. Al waren haar slaap en het nachtelijk zweten na de start van HRT wel duidelijk verbeterd. Maar het B12-spoor bleek bij Miranda geen detail. Het was een gemist puzzelstuk.
Voor haar was dat confronterend en tegelijkertijd ook een opluchting. Ze had jarenlang gedacht dat ze misschien te veel vroeg van zichzelf. Dat ze beter moest ontspannen. Dat ze gewoon door een moeilijke fase ging. En na de start van HRT was ze bijna boos op zichzelf, dat het bij haar niet helemaal werkte zoals bij sommige andere vrouwen. Dat ze misschien aan zichzelf moest werken en naar een psycholoog moest. Miranda is zo'n persoon die snel alles op zichzelf betrekt. En ook in deze situatie deed ze dat.
Dit lag alleen niet aan haar. Er was een verband gemist. De conclusie was logisch, maar te snel.
Wat kun je meenemen naar je huisarts of specialist?
Ik wil je met dit artikel niet oproepen om zelf een diagnose te stellen of op eigen houtje supplementen te slikken. Alsjeblieft niet. Het is wel een oproep om gerichter vragen te stellen aan je arts, wanneer je klachten blijven bestaan en er geen antwoord lijkt te zijn.
Heb je vermoeidheid, hersenmist, tintelingen, een doof gevoel in handen of voeten, geheugenproblemen of verminderde belastbaarheid? En herken je risicofactoren zoals vegetarisch of veganistisch eten, metforminegebruik, maagzuurremmers, darmproblemen, maag- of darmoperaties, zwangerschap, borstvoeding of lachgasgebruik? Bespreek dan met je arts of je B12-status voldoende duidelijk is beoordeeld.
Neem deze vragen mee:
1. Wat was mijn vitamine B12-waarde precies? "Normaal" zegt weinig. Vraag naar het getal en de eenheid.
2. Zat mijn waarde ruim normaal of laag-normaal? Een waarde in het grensgebied vraagt meer context.
3. Zijn mijn risicofactoren meegenomen? Denk aan vegetarisch of veganistisch eten, metformine, maagzuurremmers, darmproblemen of eerdere maag-/darmoperaties.
4. Zijn Hb, MCV, ferritine en foliumzuur ook beoordeeld? B12 staat niet los van ijzer, foliumzuur en bloedaanmaak.
5. Passen mijn klachten bij de uitslagen? Vooral tintelingen, een doof gevoel of neurologische klachten verdienen aandacht, ook als er geen bloedarmoede is.
6. Is aanvullend onderzoek zinvol? Bij twijfel kun je bespreken of MMA, homocysteïne of actief B12 extra informatie kan geven.
Een uitslag binnen de referentiewaarden kan geruststellen. Maar dezelfde uitslag kan het gesprek ook vroeg beëindigen. Bij vrouwen in de perimenopauze gebeurt dat soms sneller dan wenselijk.
Vermoeidheid? "Dat zal de overgang wel zijn." Hersenmist? Hormonen. Slecht slapen? Stress. Minder belastbaar? Een druk leven. Dat kan allemaal een rol spelen, maar het mag geen reden zijn om andere mogelijke oorzaken uit het oog te verliezen.
Binnen de referentiewaarden is niet hetzelfde als: volledig uitgezocht. En "doe maar even rustig aan" is geen antwoord op tintelende voeten. Blijf vragen stellen als je het gevoel hebt dat er iets niet klopt. Het is jouw lichaam en jij mag samen met je arts blijven zoeken naar een verklaring die past bij jouw klachten.
*Om de privacy van de cliënt te waarborgen is de naam in de gebruikte casus fictief en zijn herkenbare persoonsgegevens gewijzigd. Toestemming is vastgelegd.
Beeld: de afbeelding bij dit artikel is AI-gegenereerd; de personen erop zijn niet de beschreven cliënt. De auteursfoto is een AI-bewerking van een eigen portretfoto.
NHG-Standaard Anemie. Nederlands Huisartsen Genootschap.
Wiersma T, Woutersen-Koch H. NHG-Standpunt Diagnostiek van vitamine-B12-deficiëntie. Huisarts Wet. 2014;57(9):472-475.
National Institute for Health and Care Excellence. Vitamin B12 deficiency in over 16s: diagnosis and management. NICE guideline NG239, 2024.
Riphagen IJ, et al. Methylmalonic acid, vitamin B12, renal function, and risk of all-cause mortality in the general population: results from the prospective Lifelines-MINUTHE study. BMC Medicine. 2020;18:380.
Lumsden MA, Dekkers OM, Faubion SS, et al. European Society of Endocrinology clinical practice guideline for evaluation and management of menopause and the perimenopause. Eur J Endocrinol. 2025;193(4):G49–G81.
Panay N, Fenton A, Hamoda H, et al. International Menopause Society (IMS) recommendations and key messages on women's midlife health and menopause. Climacteric. 2025;28(6):634–656.
Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard De overgang. Utrecht: NHG; 2022.
National Institutes of Health, Office of Dietary Supplements. Vitamin B12: Fact Sheet for Health Professionals.
Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. Den Haag: Gezondheidsraad; 2021.
Voedingscentrum. Vitamine B12 (cobalamine).